Denken over nationale en internationale veiligheidsaspecten en de rol van de krijgsmacht daarin, is een interessante en uitdagende bezigheid. Welke krijgsmacht, met welke capaciteiten, met welke taken heeft Nederland nodig om naar vermogen via het bondgenootschap bij te dragen aan de Europese en de eigen veiligheid? De meeste actief dienende officieren zouden er graag meer tijd mee bezig zijn, maar de drukte van het dagelijkse militaire bedrijf laat vaak weinig gelegenheid. De werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht (DenK, met hoofdletters D en K) heeft gelukkig een mix van betrokken actieve officieren en nog steeds betrokken post actieve en reserve officieren. Gezamenlijk zoeken ze namens de leden naar antwoorden op, en aandacht voor, prangende vragen, die voortdurend op de Nederlandse krijgsmacht af komen.

Slechts twee jaar geleden ging het nog voornamelijk over het stoppen van doorwoekerende bezuinigen. Inmiddels is politiek Den Haag er van doorgedrongen dat we te ver zijn doorgeschoten en dat de belangrijkste reden om te kiezen voor de ‘Veelzijdig inzetbare krijgsmacht’, de onvoorspelbare toekomst, zich heeft gepresenteerd in een agressiever Rusland, een nooit gedacht Kalifaat en terroristische aanslagen in de buurlanden. De laatste twee jaren is DenK onder meer bezig geweest met de gevolgen van het budgettekort voor een krakende organisatie, onvoldoende prijscompensatie, welke en hoeveel capaciteiten zou de Nederlandse krijgsmacht moeten hebben, hoe kan Nederland weer naar rato van haar rijkdom bijdragen en hoe bereidheid tonen om risico’s te nemen. Kortom hoe kan Nederland weer geloofwaardig aan de NAVO-afschrikking bij dragen.

Denken over deze veiligheidthema’s is weliswaar interessant, maar je wilt er ook iets mee. Zeker als werkgroep van een beroepsvereniging, die ‘bijdragen aan het in stand houden van een voor haar taak berekende defensieorganisatie’ als een van haar doelstellingen heeft. Je wilt ook graag anderen van je standpunten overtuigen en het liefst degenen die beslissen.

Ach, heeft toch geen zin
Ach, heeft toch geen zin. Trekken aan een dood paard. Niet altijd weten collegae je een boostte geven om anderen te overtuigen. Overtuigen heeft bovendien geen bijgeleverd telraam om bij te houden wie nu die ander, bijvoorbeeld politici of de bevolking, heeft overtuigd van zijn/haar standpunt. Als je altruïstisch bent ingesteld dan probeer je de doelgroep ook zoveel mogelijk via anderen te overtuigen. Daarmee wordt het nog moeilijker vast te stellen wie, wie heeft overtuigd en kunnen wij ook niet het vaderschap van succes claimen. Verder willen wij zoveel mogelijk op basis van feiten overtuigen. Des te langer blijft iedereen naar ons luisteren. Voor de verspreiding is het vaak niet de meest sexy manier, populistische one-liners doen het soms beter.

Hoe overtuig je Kamerleden?
Voor de eigen achterban wil je toch iets laten zien. Helaas, we kunnen alleen melden wat we hebben gedaan. Bijvoorbeeld het informeren van Kamerleden. Wij hebben er geen speciale truc voor. De praktijk van de afgelopen jaren heeft ons in de regelmatige contacten wel geleerd, dat de Kamerleden onze standpunten op prijs stellen en graag door ons geïnformeerd willen worden. Niet alleen ter verduidelijking van cijfers, maar vooral ook wat wij horen van de militairen in het land en wat wij zien bij werkbezoeken. Die vertaalslag naar Den Haag op een kritische, maar faire wijze wordt gewaardeerd.

Effectbejag verliest snel zijn glans, Kamerleden prikken er gauw door heen, maar verschillende keren hebben we hartenkreten uit het land kunnen aandragen en daarna in debatten aan de orde horen komen. Hartenkreten vanaf de werkvloer gemeld vanuit een diepe betrokkenheid met de organisatie, die wij doorgaans aan serieus luisterende politieke oren kwijt konden. Een tweetal voorbeelden uit een reeks: onze herhaalde vraagtekens bij de aanhoudende aanwezigheid van de Pantserhouwitser 2000 in de verkoopfolder van Defensie, terwijl er beloofd wordt Combat Support te willen verbeteren. Het repeterend antwoord van de Minister dat er zonder kennisgeving aan de Kamer geen onomkeerbare beslissingen worden genomen komt al drie jaar ongeloofwaardig over.

Of onze irritatie over het benadrukken van de Minister, hoe goed ook bedoeld, over de verhoging van het budget met circa 838 miljoen onder haar bewind. Toegegeven, het is een kentering, het bezuinigen is gestopt. De minster, horen wij, heeft er hard aan gewerkt. Maar tabellen in de begroting tonen glashelder aan dat er in het Defensiebudget als percentage van het BBP feitelijk geen beweging zit. Bij het aantreden van Hennis lag dat op 1,13%, klimt dan enigszins, om dan, extrapolerend bij gelijkblijvend beleid (Rutte II), tegen 2021 weer op 1,12% te blijven hangen. Enerzijds benadrukken wat er bij gekomen is en anderzijds vragen om 2,5 miljard euro erbij werkt ook verwarrend. Bij de bevolking blijft dan waarschijnlijk het eerste op het netvlies achter met de conclusie ‘wat zeur je nou’? De Minister spande zich in, maar ontbeerde echte steun van het kabinet.

Diverse partijen kondigden in het plenair begrotingsdebat van 15 en 16 november stappen aan richting het Europees gemiddelde percentage van het BBP, momenteel 1,46%. Een miljard of meer werd genoemd. Werd er onderling concreet gevraagd naar hoeveel miljard en wanneer, dan werden er de gebruikelijke slagen om de arm gehouden. Dat zagen we ook in 2012, gevolgd door doorgeschoten bezuinigingen. Onze indruk is echter dat de Kamerleden dit keer veiligheid en defensie serieus nemen. We zullen het zien tijdens de echte afspraken in het nieuwe regeerakkoord in maart 2017 en blijven wijzen op het beloofde streven naar 2% op de NAVO-top in Wales.

Bij het laatste zogenaamde wetgevingsoverleg in november van de leden van de Vaste Commissie voor Defensie met de Minister viel op dat de Kamerleden breed en goed waren geïnformeerd. Niet alleen over het beleid en de cijfers in de ontwerpbegroting, maar minstens zo goed over de achterliggende werkelijkheid. Niet slechts de Haagse financiële werkelijkheid, maar ook de noden bij de uitvoerende eenheden, de squadrons en de schepen.

De werkgroep weet niet of, en hoeveel ze heeft bijdragen aan het kantelen of versterken van standpunten, maar we zijn er van overtuigd dat wij namens de leden door onze extra informatie hebben bijgedragen het militaire beeld om te zetten naar een beter politiek beeld. Nu is het woord aan de kiezer.