Voorblad van het boek

 

Titel:           De Missie Mali

Subtitel:      Een poppenkast in de woestijn

Auteur:       Reinout Sterk

Uitgever:     Karakter Uitgevers B.V.

Omvang:     176 blz.

ISBN:          9789045216010

Prijs:           € 15,00

Recensent: kol b.d. drs. A.E. de Rooij

Ontboezemingen van een gedesillusioneerde ex-militair

Eind december vorig jaar ontving ik de aankondiging van het boek De Missie Mali. Omdat ik de missie naar Mali een aantal jaren met bijzondere belangstelling heb gevolgd, keek ik uit naar dit boek, zeker niet in de laatste plaats door de ondertitel ‘Een poppenkast in de woestijn’. Ook de kritische vragen in de aankondiging als ’Waarom stuurden we special forcesen gevechtshelikopters naar een inlichtingenmissie?’ en ’waarom stuurden we … gigantische aantallen militairen naar Mali en niet naar al die andere brandhaarden in de wereld?’, prikkelden mijn nieuwsgierigheid.

Wat dat betreft stelt het boek zeker niet teleur. In de eerste plaats leest het als een trein; het is toegankelijk en vlot geschreven. Daarnaast zijn veel zaken die in het boek worden aangekaart herkenbaar. Zeker voor een (ex-)militair. Het feit dat veel militairen nauwelijks buiten de versterkte basis komen, de verveling van functionarissen die worden uitgezonden omdat de functionaliteit in het missiegebied aanwezig moet zijn en een contingentscommando (Contco) dat geen echte operationele taak heeft, zijn goede voorbeelden. De wedijver – om het netjes te verwoorden – tussen het Korps Commandotroepen (KCT) en de special forcesvan het Korps Mariniers (MARSOF) is bij velen bekend. Het boek geeft een goede (en zeer waarschijnlijk juiste) beschrijving van de excessen waartoe deze onderlinge strijd kan leiden.

De andere kant van de medaille is dat de desillusie van Sterk als het ware van de pagina’s af spat. Dit begint bij de tijd die de auteur op het KIM door brengt voor zijn (verkorte) officiersopleiding. Als hij dan eindelijk na zes jaar in aanmerking komt voor een uitzending, waarvoor hij naar eigen zeggen in dienst is gegaan, komt er wat enthousiasme terug. Dit vervliegt echter al snel als blijkt dat zijn werkzaamheden in Mali weinig om het lijf hebben en in zijn ogen in het algemeen weinig zinvol zijn. Aan het einde van het boek wordt duidelijk dat Sterk het – na zijn diensttijd – heeft geschreven om zijn teleurstelling en frustratie te verwerken. Dit laat onverlet dat hij in een groot aantal gevallen de vinger op de zere plek legt.

Sterk brengt in zijn beschrijving van de missie een aantal mensen weinig flatterend in beeld. Wouter, de kolonel, Arnold en de ’contco-teckel’ zijn hier voorbeelden van. Deze mensen, die loyaal hun functie uitoefenen, verdienen dit niet. Sterk doet hen hiermee tekort. Aan het einde van het boek erkent hij dit ook, als hij de aalmoezenier – door hem hardnekkig ‘veldaalmoezenier’ genoemd – deze functionarissen in een gefingeerd gesprek laat verdedigen en hij daarna reageert met de woorden: ’Ja, daar had hij wel weer gelijk’. In een van de laatste hoofdstukken geeft Sterk Bert Koenders de cruciale rol in de totstandkoming van de Nederlandse bijdrage aan de missie in Mali. Ik denk dat hij hier de plank gedeeltelijk misslaat, want Koenders was destijds in dienst van de VN en niet van Nederland. Maar lees voor ‘Koenders’ ‘Timmermans’ en het verhaal klopt weer.

Hoewel Defensie er in dit boek zeker niet positief uit komt, geeft het boek een goed inzicht in hoe een militair een missie kan ervaren. De achtergrondinformatie van het hoe en waarom van de missie die in dit boek gegeven wordt, vergroot de lezenswaardigheid. Ondanks de wat hoge zuurgraad is De Missie Malieen aanrader.

En wat betreft die vragen uit het begin van dit artikel? Die worden beantwoord, zij het niet allemaal direct.