Brief aan de Vaste Kamer Commissie Defensie

Geachte leden van de Vaste Commissie Defensie,

Onlangs heeft de staatssecretaris van Defensie u geïnformeerd over het afwijzen van het arbeidsvoorwaardenresultaat, dat vlak voor het zomerreces met de vakbonden was uitonderhandeld. Uit de ledenraadplegingen van de bonden blijkt dat ongeveer 75% van de actief dienende militaire leden, die hun stem hebben uitgebracht, het resultaat heeft afgewezen. Een belangrijke reden voor de afwijzing wordt veroorzaakt door een bitter sentiment onder het defensiepersoneel, omdat het zich niet gewaardeerd voelt. Daarnaast speelt het langjarig opgebouwd wantrouwen richting de werkgever een belangrijke rol bij de afwijzing. Het lukt Defensie tot nu toe niet de verbittering en het wantrouwen weg te nemen. Dit heeft tot gevolg dat steeds minder militairen het gevoel hebben dat het nog goed gaat komen met Defensie, ondanks de verhoging van het defensiebudget.

De negatieve sentimenten en het onvermogen van Defensie om hier verandering in te brengen hebben een aantal officieren doen besluiten een brandbrief aan de minister en staatssecretaris op te stellen. Hierin maken zij hun grote zorgen over deze ontwikkeling kenbaar. In een gesprek met de bewindslieden naar aan leiding van de brief vroegen zij zich hardop af: “Hoe kunnen wij  dagelijks  op de werkvloer  een positieve bood schap uitdragen als wij hier zelf steeds moeilijker in kunnen geloven?” . Een groot aantal officieren deelt deze zorgen en heeft deze brandbrief medeondertekend. Onlangs zei een commandant bij zijn afscheidsspeech: “De trots en de ziel is ui t de organisatie. Goede mensen gaan weg omdat ze geen geloof meer hebben in Defensie”. Helaas een t er echt e constatering, gezien de militaire ‘ braindrain ‘ die halfjaarlijks wordt gepresenteerd in de personeelsrapportage. Een militaire ‘braindrain ‘, want het percentage burgermedewerker s neemt sinds j aar en dag toe bij Defensie. Het zij n gewaardeerde collega’s maar ze zij n, tenzij ze reservist zijn, niet operationeel inzetbaar.

Het wetgevingsoverleg van 12 november a.s. is misschien wel het belangrijkste overleg van de afgelopen jaren. U kunt op deze dag het verschil gaan maken. Defensie is na jarenlange bezuinigingen en reorganisaties aan het einde van haar latijn. De problemen zijn nog steeds groot en het zal nog een lange tijd duren voordat het departement zijn zaken weer op orde heeft. Ondanks de verbittering en het wantrouwen heeft het personeel, dat Defensie trouw is gebleven, de loyaliteit opgebracht om de afgelopen jaren, ondanks de duizenden vacatures, uw krijgsmacht overeind te houden. Zij hebben onlangs met het afwijzen van het resultaat in korte tijd voor de tweede keer een signaal afgegeven dat zij in hun ogen niet de(financiële) waardering krijgen die zij voor hun bijzondere loyaliteit verwachten. Met name op arbeidsvoorwaardelijk gebied zou op korte termijn een echt gebaar kunnen worden gemaakt, dat de negatieve tendens zou kunnen doorbreken.

Op 12 november a.s. zijn veel (defensie) ogen op de staatssecretaris en op u gericht. Samen kunt u het verschil maken. Gaat u gezamenlijk Defensie en haar personeel op één zetten? Gaat u gezamenlijk invulling geven aan de belofte uit de Defensienota dat het personeel centraal komt te staan, ongeacht de politieke partij die u vertegenwoordigt? Gaat u samen met de staatssecretaris naar een oplossing zoeken om een einde te maken aan de negatieve spiraal van RVU, WUL, AOW-gat, de afgedwongen ophoging van de UKWleeftijd en de pensioenproblematiek?

Keer op keer wordt de bijzondere positie van de militair niet onderschreven door concrete maatregelen. Wanneer houdt het storten van negatieve effecten onder het mom van ‘het moderniseren’ van de arbeidsvoorwaarden bij Defensie eens op? Alleen dan zal het vertrouwen onder het personeel zich langzaam kunnen gaan herstellen.

De afgelopen jaren heeft de nadruk gelegen op het repareren van het materieel en het op peil brengen van de diverse voorraadniveaus. In de Defensienota wordt terecht het zwaartepunt gelegd bij het personeel. De uitwerking daarvan in het arbeidsvoorwaardenresultaat heeft geen draagvlak gekregen onder hetpersoneel.

Voor alle drie de geadresseerde onderwerpen – pensioenen, loon en toelages – geldt dat het personeel van mening is: ‘to a little, to a late’.

Het wordt tijd dat u de bijzondere positie van de militair niet alleen met woorden erkent maar ook financieel compenseert, zodat militairen niet meer enkel de rekening krijgen gepresenteerd vanwege hun speciale positie. Het wordt juist tijd dat zij gewaardeerd worden voor hun bijzondere positie en dat de focus op verbetering van de arbeidsvoorwaarden van het personeel komt te liggen. Dit is hard nodig, als u over een paar jaar nog over een voor haar taak berekende krijgsmacht wilt beschikken. De verbittering en het wantrouwen moeten snel worden doorbroken om verdere ‘braindrain’ te voorkom en.  Dat kan alleen als er naast mooie woorden ook daden worden verricht.

Het defensiepersoneel en de gezamenlijke officierenverenigingen kijken met belangstelling uit naar 12 november a.s. Zij hopen dat u dan samen met de staatssecretaris in het krijt treedt om met nieuw elan en met succes de verbittering en het wantrouwen bij Defensie tot stilstand te brengen.

Hoogachtend

 

J.L.R.M. Vermeulen & M.E.M. de Natris
Duo voorzitters GOV|MHB